onbevattelijkheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets niet te begrijpen valt
    Zoals die dingen gaan: je laat het bezoek uit, en voordat ieder zijns weegs gaat, blijf je elkaar nog een hele poos op de stoep gelijk staan geven - over de verspilling van een leven, over de onbevattelijkheid van het verlies.
    De combinatie van nabijheid en onbevattelijkheid is angstaanjagend
  2. iets dat niet te begrijpen valt

Etymologie

* afleiding van onbevattelijk

Vertalingen

Engelsunexplicable fact, inexplicability