onbruik
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in ~ (geraken) het niet langer gebruiken van ietsBuiten enige Westfriese dialecten is de "f" van "fniesen" in de negentiende eeuw in onbruik geraakt.
Etymologie
*afgeleid van bruik
Vertalingen
Engelsdisuse
Fransdésuétude
Duitsaußer Gebrauch
Spaansdesuso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek