ondeelbaarheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin een geheel niet in stukken gedeeld kan worden
    Een ongewone klaarheid en ondeelbaarheid van al wat zichtbaar is.
    De U-raad heeft onder meer bezwaren tegen de ondeelbaarheid van modules en de wens van het college om tegelijkertijd een bezuiniging op het onderwijs te realiseren.
  2. niet deelbaar; als bij deling van een geheel getal door een ander geheel getal de rest niet gelijk is aan 0
  3. iets dat niet in onderdelen verdeeld kan worden

Etymologie

* afleiding van ondeelbaar

Vertalingen

Engelsindivisibility