onderwijspolitiek
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- overheidsbeleid op het terrein van het onderwijsIn november 1954 kregen de leerlingen een dag vrij, zodat de leraars mee konden gaan betogen tijdens de nationale protestdag tegen de onderwijspolitiek van de regering.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek