ondoordringbaarheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de onmogelijkheid om ergens binnen te dringen
  2. de onmogelijkheid om iemand naar je te laten luisteren

Etymologie

* afleiding van ondoordringbaar

Vertalingen

Engelsimpermeability, impenetrability