oneindigheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- van een zaak dat ze zonder einde is, dat er geen grens aan isHet duurde een oneindigheid voordat de dokter eindelijk eens de patiënt onderzocht.
Etymologie
* afgeleid van oneindig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek