Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

onestopshop

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. winkel / bedrijf waar een klant in een keer alles kan kopen wat hij nodig heeft zonder dat hij verschillende winkels / zaken hoeft te bezoeken
    "Wij werken hier samen met anesthesiologen, revalidatieartsen, psychologen, orthopeden, neurologen, fysio- en ergotherapeuten. Iedere patiΓ«nt bespreken we in een multidisciplinair team. Uiteindelijk willen we toe naar een onestopshop- werkwijze. Dat houdt in dat op de dag van het intakegesprek ook de eerste behandeling al plaats heeft."
    ,,Zo is Steenwijk Schoenen een samenwerking aangegaan met Rinsma Modeplein in Friesland en vormt daarmee een zogeheten onestopshop voor de klant. Bezoekers kunnen bij meerdere gespecialiseerde partijen terecht om een outfit bij elkaar te shoppen.

Etymologie

* uit het Engels