Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
onevenhoevige
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌɔnevənˈhuvəɣə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) benaming voor een zoogdier dat tot de orde behoortPaarden hebben maar één hoef aan iedere poot. Een paard is een onevenhoevige, net zoals een zebra (één hoef) en een neushoorn (drie hoeven per poot).Onevenhoevige dieren hebben weinig last van mond- en klauwzeer.
Etymologie
*: onevenhoevig met de uitgang -e
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek