ongeduld
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- drift, boosheid, woedeaanval, zonder geduld
- de emotie die men ondervindt als men ongewild ergens op moet wachtenVeel mensen wachtten vol ongeduld op hun postdozen die door de bosbranden veel vertraging hadden opgelopen.
Etymologie
*antoniem van geduld
Vertalingen
Engelsimpatience
Fransimpatience
DuitsUngeduld
Spaansimpaciencia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek