ongehoorzaamheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het niet opvolgen van opgelegde regels; het niet opvolgen van bevelen
    Onze complete misdadigheid beperkte zich tot onwettig affiches ophangen, demonstreren zonder politietoestemming, ongehoorzaamheid ten opzichte van de politie, scheldwoorden ((belediging') gericht tegen dezelfde politie gepaard aan gewelddadig verzet wanneer de agenten optraden tegen de scheldwoorden.

Etymologie

*Afgeleid van ongehoorzaam .

Vertalingen

DuitsUngehorsam
Spaansdesobediencia