ongemakkelijkheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het niet heel makkelijk of comfortabel aanvoelen in de menselijke omgangUiteindelijk is het ook veel oefenen. "Denk niet, 'mijn chef heeft mijn verzoek afgewezen, zie je wel, ik moet het maar niet doen'. Je bent die ongemakkelijkheid niet gewend, maar probeer er toch mee om te gaan. En het ongemak went ook steeds meer."
- iets oncomfortabels, iets gênants
Etymologie
* afleiding van ongemakkelijk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek