ongepastheid

vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van ongepastheid?

ongepastheid betekent: gedrag dat niet netjes is; gedrag dat onbehoorlijk is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gedrag dat niet netjes is; gedrag dat onbehoorlijk is

Voorbeelden van "ongepastheid" in een zin

  • Ze legde haar hand op zijn lippen en al voelde ze de ongepastheid van haar gebaar, het kon haar niks schelen.
  • Buckingham Palace heeft alle aantijgingen "van ongepastheid met minderjarigen" aan het adres van de prins altijd afgedaan als "vals en zonder enige basis".

Etymologie

* afleiding van gepast

Vertalingen

Engelsrudeness, unmannerliness, inappropriateness