ongepastheid
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van ongepastheid?
ongepastheid betekent: gedrag dat niet netjes is; gedrag dat onbehoorlijk is
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gedrag dat niet netjes is; gedrag dat onbehoorlijk is
Voorbeelden van "ongepastheid" in een zin
- Ze legde haar hand op zijn lippen en al voelde ze de ongepastheid van haar gebaar, het kon haar niks schelen.
- Buckingham Palace heeft alle aantijgingen "van ongepastheid met minderjarigen" aan het adres van de prins altijd afgedaan als "vals en zonder enige basis".
Veelgestelde vragen over ongepastheid
Wat is de betekenis van ongepastheid?
ongepastheid betekent: gedrag dat niet netjes is; gedrag dat onbehoorlijk is
Welk woordgeslacht heeft ongepastheid?
ongepastheid is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van ongepastheid?
Synoniemen van ongepastheid zijn: stijlloosheid, onbetamelijkheid.
Hoe gebruik je ongepastheid in een zin?
Voorbeeld: “Ze legde haar hand op zijn lippen en al voelde ze de ongepastheid van haar gebaar, het kon haar niks schelen.”
Etymologie
* afleiding van gepast
Vertalingen
Engelsrudeness, unmannerliness, inappropriateness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek