woorden
boek
Start
›
O
›
ongevaccineerde
ongevaccineerde
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
iemand die geen inenting heeft ontvangen
Etymologie
* afleiding van ongevaccineerd
Verwante woorden
ongeaccepteerd
ongeaccepteerde
ongeacht
ongeachte
ongeadresseerd
ongeadresseerde
ongeanimeerd
ongeanimeerde
ongearticuleerd
ongearticuleerde
ongeautoriseerd
ongeautoriseerde
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← ongevaccineerd
ongevaccineerden →