onoverwinnelijkheid
vrouwelijk (de)/ˌɔnovərˈwɪnələkˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het niet verslagen kunnen wordenIn de kwartfinales treft de ploeg van bondscoach Marco van Basten Rusland, gecoacht door Guus Hiddink. Het gevoel van euforie en onoverwinnelijkheid verdwijnt pijnlijk snel bij Oranje, want de ijzersterke Russische ploeg overklast Oranje volledig.Een doelpunt dat hij op zijn Memphis’ vierde: een blik van onoverwinnelijkheid om zijn mondhoeken getrokken.
Etymologie
* afleiding van onoverwinnelijk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek