onschendbaarheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het onschendbaar zijn
    Het Turks parlement heeft vrijdag ingestemd met een grondwetswijzing die het mogelijk maakt de onschendbaarheid van parlementsleden in Turkije af te schaffen [http://www.nu.nl/buitenland/4264811/turks-parlement-stemt-in-met-afschaffing-onschendbaarheid-leden.html www.nu.nl]

Etymologie

*afgeleid van onschendbaar

Vertalingen

Spaansinmunidad