ontbijtzaal

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. horeca (horeca) grote ruimte (m.n. in een hotel) waar een groep mensen het ontbijt kan gebruiken
    De zaal in het pand, met onder meer een open haard uit de achttiende eeuw als blikvanger, wordt deels verbouwd. De ruimte doet in de toekomst ook dienst als ontbijtzaal voor de hotelgasten uit de nieuwe vleugel met 44 kamers. Over de bouw van die vleugel gaat de gemeenteraad komende maandag toestemming geven, wanneer zij instemmen met een bestemmingsplanwijziging.
    De andere vleugel biedt ruimte aan de lounge, de ontbijtzaal en ons bescheiden restaurant, waar ik een vaste tafel voor u heb gereserveerd aan het raam met uitzicht op de pergola en de rozentuin, of wat daarvan over is, waarachter u de vijver kunt zien glinsteren. De fontein is helaas al een paar jaar buiten gebruik, maar ik kan u verzekeren dat onze kokkin haar uiterste best zal doen om u mild te stemmen jegens dit euvel.'

Vertalingen

Engelsbreakfast room
Franssalle de petit-déjeuner
DuitsFrühstücksraum