ontgroeien

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. door groeien te groot worden
  2. door ontwikkelen ergens niet meer voor iets geschikt zijn
    Maar hij begint de rol van meesterknecht te ontgroeien – kijk naar zijn voorjaar: heroïsch winnaar van Luik-Bastenaken-Luik. Een prestatie van historisch formaat. Hij bereikt bovendien zo langzamerhand de leeftijd waarop hij in de kracht van zijn leven is. Hij kan de vruchten gaan plukken van jarenlang trainen, van terugkomen uit geslagen positie na die verschrikkelijke val in de Tour van 2012.NRC Dennis Meinema 21 juli 2016
    Dat korte lontje vind je ook in de psychiatrie, bij de zogeheten antisociale persoonlijkheidsstoornis. Maar in de groep 18 tot 24-jarigen is dat 13,3 procent. Dat blijkt uit het Nemesis-2-onderzoek van het Trimbos-instituut. Deze jongens kunnen zich niet houden aan regels, zijn oneerlijk, liegen, zwendelen, zijn impulsief, kunnen niet vooruitdenken, zijn agressief, prikkelbaar, roekeloos, onverschillig voor andermans veiligheid, onverantwoordelijk, hebben geen spijtgevoel en zoeken oorzaken buiten zichzelf. Je zal hun treinkaartjes maar moeten controleren, of voor hun overtredingen moeten vlaggen. Deze stoornis neemt na het 24ste jaar dramatisch af, naar 4,9 procent. Kennelijk groei je er uit. Of leer je het af. Vermoedelijk doen wat ervaren politiemensen de ‘drie W’s’ noemen hun werk. Als ‘Woning, Werk en Wijf’ zijn geregeld, passen de jongens zich aan en ontgroeien ze hun wilde fase. Voor die tijd kunnen ze behoorlijk gevaarlijk zijn. NRC 8 december 2012

Etymologie

*Afgeleid van groeien

Uitdrukkingen

  • de schoolbanken ontgroeienvolwassen worden

Vertalingen

Engelsgrow out of the