ontgroening
vrouwelijk (de)/ɔntˈxrunə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rituele toelating tot een studentencorps of vergelijkbare groep, waarbij nieuwe leden een soort beproeving moeten ondergaanLid studentenvereniging in ziekenhuis na ontgroening [http://www.nu.nl/binnenland/4328172/lid-studentenvereniging-vindicat-in-ziekenhuis-ontgroening.html www.nu.nl]
- (demografie) teruglopend aandeel van kinderen en jongeren in de totale bevolking
Etymologie
*[1] van ontgroenen
Vertalingen
Engelshazing
Fransbizutage
DuitsInitiationsritus, Neulingstaufe
Spaansnovatada
Italiaansnonnismo
Portugeestrote estudantil
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek