ontroering
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gevoelens van medelevenDe ontroering werd hem teveel en hij moest even naar buiten om op adem te komen.Tot mijn verrassing en ontroering hadden ze een verjaardagstaart voor me gemaakt van een oude resupplydoos met 44 kaarsjes erop.
Etymologie
* van ontroeren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek