ontrouw
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van ontrouw?
ontrouw betekent: gedrag dat niet loyaal is
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gedrag dat niet loyaal is
Voorbeelden van "ontrouw" in een zin
- Zijn ontrouw kwam hem duur te staan.
- Eén ding stond namelijk onomstotelijk vast. Er had namelijk geen bewijsmateriaal kunnen ontstaan indien mevrouw Curtholmen zich niet, zoals iedereen in de rechtszaal had kunnen constateren, met hart en ziel aan haar ontrouw had gewijd.
Etymologie
*Afgeleid van trouw
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek