ontrouw
Wat is de betekenis van ontrouw?
ontrouw betekent: gedrag dat niet loyaal is
Betekenis
- gedrag dat niet loyaal is
Voorbeelden van "ontrouw" in een zin
- Zijn ontrouw kwam hem duur te staan.
- Eén ding stond namelijk onomstotelijk vast. Er had namelijk geen bewijsmateriaal kunnen ontstaan indien mevrouw Curtholmen zich niet, zoals iedereen in de rechtszaal had kunnen constateren, met hart en ziel aan haar ontrouw had gewijd.
Betekenis en uitleg van ontrouw
Ontrouw verwijst naar het verbreken van vertrouwen, vooral binnen relaties. Het houdt in dat iemand niet loyaal is aan zijn of haar partner, vaak door romantische of seksuele relaties met anderen aan te gaan.
Het woord ontrouw wordt vaak gebruikt in de context van romantische relaties, maar kan ook toegepast worden op vriendschappen of zakelijke verbanden. Wanneer iemand ontrouw is, kan dit leiden tot pijn, verdriet en conflicten. De nuance van het woord ligt in de emotionele impact die ontrouw kan hebben op de betrokken personen.
Voorbeelden
- Na het ontdekken van zijn ontrouw besloot ze de relatie te beëindigen.
- Ontrouw binnen een vriendschap kan net zo schadelijk zijn als in een romantische relatie.
- Zij worstelde met gevoelens van woede en verdriet door de ontrouw van haar partner.
Woordoorsprong
Het woord ontrouw is samengesteld uit het voorvoegsel 'on-' wat 'niet' betekent en 'trouw', wat verwijst naar loyaliteit of trouw zijn aan iemand.
Veelgestelde vragen over ontrouw
Wat is de betekenis van ontrouw?
ontrouw betekent: gedrag dat niet loyaal is
Welk woordgeslacht heeft ontrouw?
ontrouw is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je ontrouw in een zin?
Voorbeeld: “Zijn ontrouw kwam hem duur te staan.”
Etymologie
*Afgeleid van trouw