ontsnappen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) aan gevangenschap, dreigende gevangenneming of ander gevaar ontkomen
    Zij ontsnapten ternauwernood aan de neerstormende lawine.
    De jonge vrouw vertelt in Canadese media dat ze wilde ontsnappen aan het geweld van haar familie. De Standaard 15/01/2019 door jvt [http://www.standaard.be/cnt/dmf20190115_04104606 Saudische tiener: ‘Ik hoop dat mijn verhaal andere vrouwen aanmoedigt om vrij te zijn’]
    Een kort ogenblik had de Koning erover gedacht een poging te doen om te ontsnappen. Maar de Zwartnekken hadden geen enkel risico genomen. Ze hadden zijn handen en voeten met koorden bij elkaar gebonden. Hij had zich onmogelijk zelf kunnen bevrijden. {{Aut|Herzen, Frank
  2. ontkomen aan een beklemmende situatie
    Ze doet een schietgebedje dat de houten traptreden niet onder haar voeten kraken en dat ze ongemerkt aan dit gesprek kan ontsnappen.
    'Is het toneel haar manier om te ontsnappen?' Nella klapt haar waaier dicht en wijst ermee naar de mensen die nog in de zaal zijn achtergebleven.
    'Ik lijk Julia wel,' zegt Thea, maar Otto Brandt heeft deze tragedie nooit gelezen en weet niets over de heldin die met drankjes haar ingewanden tijdelijk stillegt en haar dood voorwendt om aan haar tragische lot te ontsnappen en snel met haar grote liefde te worden herenigd.
  3. tijdens een wedstrijd door middel van een tempoversnelling uit een peloton of groep weg fietsen
    De Sardijn ontsnapt op 2,4 kilometer van de finish aan de wurggreep van Team Sky. Maar de verwachting dat hij het Froome in de Tour wel eens moeilijk zou kunnen maken, komt niet uit.

Etymologie

*Afgeleid van snappen (betrappen) .

Uitdrukkingen

  • aan de aandacht ontsnappenontgaan, niet opmerken

Vertalingen

Engelsescape
Franss’échapper
Duitsentkommen, entwischen
Poolsuciekać