ontspannenheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iemand het leven makkelijk neemtAchter de gebruikelijke façade van het mooi opgeknapte havenfront staan weliswaar de gebruikelijke vervallen gebouwen, maar overal heerst de lome levendigheid en ontspannenheid van Italië.Rutte sprak ook de nieuwe koning Willem-Alexander toe. Hij had lovende woorden over voor de "prachtige" toespraak in de Nieuwe Kerk. Ook roemde hij de ontspannenheid, "althans de schijn daarvan", waarmee Willem-Alexander de afgelopen maanden naar de troonswisseling heeft toegeleefd.
Etymologie
* afleiding van ontspannen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek