ontsteking

vrouwelijk (de)/ɔntˈstekɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) een beschermende reactie van lichaamsweefsel op een schadelijke prikkel, vaak gekenmerkt door een rode, warme, pijnlijke zwelling
    De ontsteking in haar pols was niet ontstaan als gevolg van ziektekiemen, chemische stoffen of mechanische beschadiging, maar werd veroorzaakt door de auto-immuunziekte reuma.
  2. techniek (techniek) het tot ontploffing of ontbranding brengen van een mengsel van brandstof en zuurstof, ontbranding
  3. techniek (techniek) inrichting die voornoemd effect verzorgt

Etymologie

* van ontsteken

Vertalingen

Engelsinflammation, ignition, ignition
Fransinflammation, allumage
DuitsEntzündung, Anzündung
Spaansinflamación, encendido, ignición
Turksiltihap, enflamasyon, yangı