ontzaglijkheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets dat zeer groot is; iets dat ontzag inboezemtZoals de zon en elk atoom ether een bol is, die in zichzelf volmaakt is en tegelijk slechts een atoom van het voor de mens door zijn ontzaglijkheid ontoegankelijke universum - zo draagt ook elke persoon in zichzelf zijn eigen doeleinden, die tegelijkertijd algemene doelen dienen die voor de mens ontoegankelijk zijn.
Etymologie
*afleiding van ontzaglijk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek