ontzet

onzijdig (het)/ɔntˈsɛt/

Wat is de betekenis van ontzet?

ontzet betekent: verjaging van belegerende troepen door een strijdmacht die de belegerden te hulp komt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verjaging van belegerende troepen door een strijdmacht die de belegerden te hulp komt
  2. heel erg van streek zijn na te zijn geschrokken
  3. uit het verband gerukt zijn

Voorbeelden van "ontzet" in een zin

  • We werden gevraagd om het Leids ontzet te vieren.
  • De ontzette dochter kwam bij haar moeder uithuilen.
  • Oma en Maarten waren ontzet over de alomtegenwoordige verwoesting: de kapotte en soms compleet weggevaagde huizen, de ravage, de troosteloze watervlakte.
  • In de schaduwen ziet Walters gezicht er spookachtig uit, en met het kind in zijn armen staart hij haar ontzet aan.