ontzet
onzijdig (het)/ɔntˈsɛt/
Wat is de betekenis van ontzet?
ontzet betekent: verjaging van belegerende troepen door een strijdmacht die de belegerden te hulp komt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verjaging van belegerende troepen door een strijdmacht die de belegerden te hulp komt
- heel erg van streek zijn na te zijn geschrokken
- uit het verband gerukt zijn
Voorbeelden van "ontzet" in een zin
- We werden gevraagd om het Leids ontzet te vieren.
- De ontzette dochter kwam bij haar moeder uithuilen.
- Oma en Maarten waren ontzet over de alomtegenwoordige verwoesting: de kapotte en soms compleet weggevaagde huizen, de ravage, de troosteloze watervlakte.
- In de schaduwen ziet Walters gezicht er spookachtig uit, en met het kind in zijn armen staart hij haar ontzet aan.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek