onverdraagzaamheid

vrouwelijk (de)/ˌɔɱvərˈdraxsamhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. houding waardoor iemand niet bereid is iets te aanvaarden
    Maar het fanatisme waarmee Amerikaanse activisten hun ideeën over ras en gender uitdragen doet sterk denken aan eerdere vlagen van morele paniek. Het komt telkens op een andere manier terug: puritanisme, quasi-religieuze bevlogenheid, intellectuele onverdraagzaamheid, kortom met het tegenovergestelde van meer vrijheid.
    Een land verenig je niet met één speech. Maar het is op zijn minst een begin als de taal van ontwrichting en onverdraagzaamheid wordt verdreven door het hoopvolle vocabulaire van eenheid en verzoening.
    Volgens de liberaal stapelen de Vlamingen de onverdraagzaamheden op elkaar, of dat nu met de Wooncode is of met een stem voor extreem rechts.
  2. fysiologie (fysiologie) lichamelijke eigenschap waardoor de stofwisseling bij sommigen ongunstig reageert op specifieke stoffen
    Informatie over medicatie: vragen over uw geneesmiddel, mogelijke bijwerkingen of onverdraagzaamheid, kan met een korte vraag aan de balie.
  3. verouderd (verouderd) eigenschap waardoor iets niet aanvaardbaar of vol te houden is
    {{ouds

Etymologie

**[2] leenvertaling van ("food") "intolerance"