woorden
boek
Start
›
O
›
onvolmaaktheid
onvolmaaktheid
vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het niet zonder gebreken zijn
Etymologie
*afgeleid van onvolmaakt
Antoniemen
volmaaktheid
Vertalingen
Spaans
vaciedad
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← onvolmaaktheden
onvolprezen →