onvrijheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het niet kunnen doen en laten wat men zelf wil
    Een groep Marokkaanse Nederlanders wil dat de Nederlandse overheid en samenleving hen steunen bij hun strijd voor afschaffing van de dubbele nationaliteit. In een manifest schrijven ze dat ze niet uit vrije wil voor de Marokkaanse nationaliteit hebben gekozen en dat die nationaliteit onlosmakelijk verbonden is met angst en onvrijheid.
  2. iets wat getuigt van een beperking

Etymologie

* afleiding van onvrij