onvrijheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het niet kunnen doen en laten wat men zelf wilEen groep Marokkaanse Nederlanders wil dat de Nederlandse overheid en samenleving hen steunen bij hun strijd voor afschaffing van de dubbele nationaliteit. In een manifest schrijven ze dat ze niet uit vrije wil voor de Marokkaanse nationaliteit hebben gekozen en dat die nationaliteit onlosmakelijk verbonden is met angst en onvrijheid.
- iets wat getuigt van een beperking
Etymologie
* afleiding van onvrij
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek