onvruchtbaarheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) geen kinderen kunnen krijgen, infertiliteit
    Oudere echtparen hebben een grotere kans op onvruchtbaarheid.
  2. landbouw (landbouw) dor, schraal (van grond)
    Onvruchtbaarheid van de grond is meestal een probleem bij boerderijen op zandgrond.

Etymologie

*antoniem van vruchtbaarheid