onwelwillendheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin men zich verzet om de redelijke wensen van een ander in te willigenHoewel westerse onwelwillendheid, stroperige bureaucratie en Oost-Indisch dove musea de boventoon voeren in het boek, is schrijver en onderzoeker Van Beurden hoopvol. Teruggave van roofkunst lijkt de norm te worden: Frankrijk kondigde baanbrekende plannen aan, Nederland volgde en verschillende musea zijn bereid topstukken af te staan.
Etymologie
* afleiding van onwelwillend
Vertalingen
Engelsunkindness, uncooperativeness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek