onzuiverheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets vervuild is
  2. de mate waarin iemands motieven en handelingen moreel verwerpelijk zijn
  3. de mate waarin iets slordig is
  4. iets dat vuil en smerig is

Etymologie

* afleiding van onzuiver

Vertalingen

Engelsimpurity, imperfection, inaccuracy