oog

onzijdig (het)/ox/

Wat is de betekenis van oog?

oog betekent: (anatomie) gezichtsorgaan voor het waarnemen van lichtprikkels

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) gezichtsorgaan voor het waarnemen van lichtprikkels
  2. blik die men op iets richt
  3. elk van de putjes op dobbel- en dominostenen die de waarde ervan aangeven
  4. oogvormige opening van sommige voorwerpen
  5. hoefijzervormig ringetje aan kledingstukken waarin een haakje wordt bevestigd
  6. uitgevloeide druppel vet op soep
  7. knop van een plant
  8. plek op een aardappel waar bij het uitlopen een worteltje kan ontstaan
  9. oogvormig versiersel op de staart van pauwen en op de vleugels van sommige vlinders
  10. centrum van een cycloon waar windstilte heerst
  11. alleen in toponiemen: eiland

Voorbeelden van "oog" in een zin

  • Zijn oog functioneert niet correct meer.
  • Alle ogen waren op die man gericht.
  • De ogen van de dobbelsteen waren licht beschadigd.
  • Er zat een draad door het oog van een naald.
  • Zijn huis was middenin het oog van de cycloon gepositioneerd.

Etymologie

:Oost: : augo

Uitdrukkingen

  • een oog dichtdoenslapen
  • de poppetjes van mijn ogen
  • Door het oog van de naald kruipenternauwernood aan gevaar ontsnappen
  • Een doorn in het oog zijnergens aan ergeren
  • Ergens oog voor hebbenergens de waarde van inzien of aandacht voor hebben
  • Groen en geel voor de ogen wordenduizelen en/of erg van schrikken
  • Haken en ogen geveniets heeft veel moeilijkheden
  • Het boze oog hebben

Vertalingen

Engelseye
Fransœil
DuitsAuge
Spaansojo
Italiaansocchio
Portugeesolho
Russischглаз
Chinees眼睛
Japans目, め
Koreaans
Arabischعين
Turksgöz
Poolsoko
Zweedsöga
Deensøje