oogkas

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈoxkɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) schedelholte waarin de oogbol ligt
    na WO II werd lobotomie toegepast door de oogbol uit de oogkas te halen en met een instrument dat veel op een ijspriem lijkt flink in de hersenen te raggen

Vertalingen

Engelsorbit
Spaansórbita
Russischглазница, орбита