Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

oorapparaat

onzijdig (het)/ˈorΙ‘paˌrat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toestel dat geluid zo versterkt dat de gebruiker beter kan horen
    Ria heeft minder moeite met ouder worden. Ze heeft nog zo veel zelf in de hand. ’s Avonds haalt ze haar oorapparaat, het minislakje, uit haar oor en is ze tijdelijk doof, dat is het enige.