oorbaar

Wat is de betekenis van oorbaar?

oorbaar betekent: toelaatbaar, gepast, betamelijk, fatsoenlijk, billijk

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. toelaatbaar, gepast, betamelijk, fatsoenlijk, billijk

Voorbeelden van "oorbaar" in een zin

  • Deze handelwijze is volgens artikel 11, lid 1 oorbaar.

Etymologie

In de betekenis van ‘welgevoeglijk’ voor het eerst aangetroffen in 1841