oordopje
/ˈordɔpjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klein voorwerp om de gehoorgang te blokkeren zodat je niet door lawaai gehinderd wordtJe hebt hier echt oordopjes nodig.
Etymologie
*afgeleid van "oordop"
Vertalingen
Engelsearplug
Fransboule quiès, boule Quies
DuitsGehörschutzpfropfen, Ohropax, Ohrenstöpsel
Japans耳栓
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek