oorzaak
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈorzak/
Wat is de betekenis van oorzaak?
oorzaak betekent: datgene wat noodzakelijk en voldoende is om een zeker gevolg te hebben
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- datgene wat noodzakelijk en voldoende is om een zeker gevolg te hebben
Voorbeelden van "oorzaak" in een zin
- Ze wisten niet dat ik een zoon had die in coma lag en dat ik de confrontatie zou aangaan met de vrouw die daar de oorzaak van was.
- Zulke magnetische trillingen zouden de oorzaak kunnen zijn van de ongehoord hoge temperatuur van de corona - één tot twee miljoen graden.
Etymologie
*afgeleid van zaak
Vertalingen
Engelscause
DuitsUrsache
Spaanscausa, causante
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek