ootje
onzijdig (het)/ˈocə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wiskunde) het cijfer nul
- (spel) kringetje dat bij bepaalde kinderspelen om iemand heen gemaakt wordt
zelfstandig naamwoord
- (persoon), (familie), (informeel) grootmoeder, oma
- (persoon), (informeel) oude vrouw
Etymologie
[A] ootje
Uitdrukkingen
- Een ootje in het cijfer zijn — Ergens niets in te brengen hebben
- Iemand in het ootje nemen — Een (flauwe) grap met iemand uithalen
- Het ootje hebben — Menstrueren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek