opbeller
mannelijk (de)/ˈɔbɛlər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand de telefoneert; iemand die opbelt"Die opbeller van de bank was beledigd toen ik zei dat ik er niet intrapte om de overwaarde van ons huis te belenen. Die call-centers, dáár moest de ombudsman eens op letten!", adviseert Heidi Nijhoff. Zij krijgt bijval van Martin Consemulder, die mailt: "Ook de banken moeten hun verantwoordelijkheid eens nemen." De Telegraaf J. van Noord 6 november 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1039097/wat-u-raakt-vermoorde-onschuld Wat U Raakt: Vermoorde onschuld]Voor de opbeller krijgt de zaak nog een staartje, want de grote inzet van mensen en materieel als gevolg van "de slechte grap" wordt, behalve door de muis, niet gewaardeerd. De Telegraaf 10 juni 2016 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/405186/tientallen-redden-muis-uit-lech Tientallen redden muis uit Lech]
Etymologie
* van opbellen
Vertalingen
Engelscaller
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek