opeenvolging

vrouwelijk (de)/ɔpˈeɱvɔlɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het opeenvolgen, de volgorde
  2. lange reeks, aaneenschakeling, sequens, sequentie
    De precieze opeenvolging van de gebeurtenissen vanaf dat moment kon later niemand meer reconstrueren. {{Aut|Lemaitre, Pierre

Etymologie

* van opeenvolgen

Vertalingen

Engelsorder
Spaansencadenación, encadenamiento, orden