opgave

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɔpxavə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) rekensom, raadsel
    De opgaven in deze toets zijn meerkeuzevragen.
  2. een moeilijke klus, onderneming
    Het winnen van deze wedstrijd zal een schier onmogelijke opgave zijn.
  3. het opgeven (van de strijd)
    Na de opgave van zijn tegenstander ging de tennisser automatisch door in het toernooi.
  4. een document dat financiële activiteiten samenvat
    Ik heb een opgave ontvangen van mijn betaalde premies.

Vertalingen

DuitsAufgabe
Zweedsuppgift