opgeleide

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɔpxəˌlɛidə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) iemand die een opleiding heeft gehad
    Hier werken alleen maar opgeleiden, goed bedoelende amateurs laten we niet toe.
    In Nederland zijn steeds meer hoger opgeleiden werkzaam, helaas is er voor lager opgeleiden steeds minder emplooi.