opgeruimdheid

vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van opgeruimdheid?

opgeruimdheid betekent: de mate waarin met met een vrolijke, opgewekte houding in het leven staat

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin met met een vrolijke, opgewekte houding in het leven staat
  2. de mate waarin het ergens schoon en opgeruimd is

Etymologie

* afleiding van opgeruimd