opgezet

/ˈɔpxəˌzɛt/

Betekenis

werkwoord
  1. van de te voren bedacht
    Het groots opgezette onderzoek moest inzicht geven in de effecten van vaccinatie bij jonge kinderen.
  2. van een dood dier dat het vel is opgevuld met een kunstmatige vulling zodat het dier in een min of meer natuurlijke houding kan worden gezet
    In dit museum is een hele verzameling van opgezette dieren te bewonderen.
    Een versleten, opgezette zwarte beer was een voorproefje van wat me te wachten stond.

Etymologie

* , op te vatten als