opheffing
vrouwelijk (de)/ˈɔphɛfɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het opheffen, optillen (gezegd van het menselijk lichaam)
- (figuurlijk) de afschaffing van ietsDe opheffing van de slavernij heeft in veel landen pas plaatsgevonden in de 19de eeuw.
- (figuurlijk) de beëindiging van ietsMeer dan 100 jaar na de oprichting was er de opheffing van de vroeger zo grote politieke partij.
Etymologie
*[1] Leenvertaling van kerkelijk Latijn "elevatio" (corporis) “het optillen, de opheffing van het lichaam (van Jezus Christus)”.
Vertalingen
Engelslifting, lifting
Franslevage, levée, levée
DuitsAufheben, Aufhebung, Aufhebung
Spaanslevantamiento, levantamiento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek