opklimmen
/ˈɔpklɪmə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) een hoger punt trachten te bereikenHij was de heuvel opgeklommen.De abrupte overgang van de woestijn naar de hoge Sierra kwam onverwacht hard aan. Drie dagen na het verlaten van Kennedy Meadows was ik Mount Whitney op geklommen {{sic!Wat een deceptie toen ik druipend de oever opklom en ontdekte dat er zich een familiecamping naast het meer bevond: dit was niet de wildernis die ik had verwacht.
Vertalingen
Duitserklimmen, heraufklettern, hinaufklettern
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek