opknappen

/ˈɔpknɑpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) een proces van verbetering ondergaan, gewoonlijk wat betreft de gezondheid
    Na die behandeling is hij een stuk opgeknapt.
  2. ov (ov) verbeteringen aanbrengen
    Ze hebben het huis een stuk opgeknapt met die verbouwing.
  3. voltooien, afmaken, doen
    De rest zul je weer alleen moeten opknappen.' {{Aut|Herzen, Frank

Vertalingen

Engelstidy up
Fransarranger
Duitsherrichten
Spaansapañar, mejorar, arreglar