opleggen
/ˈɔplɛɣə(n)/
Wat is de betekenis van opleggen?
opleggen betekent: (ov) iets een liggende plaats geven op iets anders
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets een liggende plaats geven op iets anders
- (ov) ~ met een laag sierhout aanbrengen op een minder edele ondergrond
- (ditr) iemand iets ~: iemand aan een dwangmaatregel onderwerpen
Voorbeelden van "opleggen" in een zin
- We hebben een nieuwe band opgelegd.
- Verderop bij de rivier maakte ik een klein vuurtje waar ik wat bladeren oplegde zodat er veel rook ontstond.
- Dexe tafel is opgelegd met mahonie.
- Hij kreeg een boete van driehonderd dollar opgelegd.
- De politie in Londen heeft het onderzoek naar het zogenoemde partygate-schandaal afgesloten. In totaal werden 126 boetes opgelegd aan politici en overheidsmedewerkers. Naar premier Johnson loopt nog wel een parlementair onderzoek over zijn rol in het schandaal.
Vertalingen
Engelsimpose
Spaansacensar, acensuar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek