opmerken

/ˈɔpmɛrkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bemerken, waarnemen
    De inbreker werd opgemerkt door een toevallige voorbijganger.
    De Franse traditie ziet er heel anders uit, zoals de Britse trendwatcher Stephen Bayley opmerkte. Je rijdt op je gemak over een met platanen omzoomde tweebaansweg, in een comfortabele auto, bij voorkeur een Citroën DS. Ondertussen zoekt je passagier in de Michelingids een restaurant waar je goed en uitgebreid kunt lunchen.
    De chique, ruime schrijftafel van ebbenhout, die stijlvol was ingelegd met lichtere houtsoorten, die voor het raam was geplaatst naast de openslaande deuren naar het terras en die gepaard was aan een sobere maar degelijke en comfortabele houten bureaustoel uit de jaren dertig, had ik al meteen bij binnenkomst opgemerkt.
  2. ov (ov) een waarneming of opinie meedelen aan anderen, met een zekere nadruk
    Een voorbijganger merkte op dat de dop nog op de lens zat.
    Als Amos vervolgens Michaïls weduwe Svetlana laat opmerken dat de NAVO geen enkele bedreiging voor Rusland vormt, dat Russische soldaten in Oekraïne niet weten waarvoor ze vechten, en zij ondanks de zinloze dood van haar man de Russische staat niets verwijt, dan weet je dat het voorlopig niet goed komt met Rusland.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/05/20/howard-amos-duikt-in-het-hoofd-van-de-gewone-rus-op-het-platteland-a4893921 www.nrc.nl (20 mei 2025)]

Vertalingen

Engelsobserve, notice, remark
Spaansobservar, notar, indicar