opmonteren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) opvrolijken, animeren
    Zij trachtte hem op te monteren.
  2. erga (erga) vrolijker worden, in een betere stemming komen
    Hij was weer helemaal opgemonterd.

Etymologie

*samenstellende afleiding van op (bijwoord), monter (bijvoeglijk naamwoord) en de uitgang -en van een werkwoord

Vertalingen

Engelscheer up
Fransragaillardir
Duitsaufmuntern
Spaansalegrar, animar